|
Handleiding
De drukregelaar moet ervoor zorgen dat de gasdruk uit de fles wordt gereduceerd tot 3 of 5 kPa
(0,03 of 0,05 bar). In een butaangasfles kan de druk oplopen tot 410 kPa (4,1 bar) bij 50 IC;
deze druk moet dus enorm worden teruggebracht. In een propaangasfles kan de druk oplopen tot
1700 kPa ( 17 bar) bij 50 IC; ook deze druk moet worden gereduceerd tot bovengenoemde waarde.
Het is duidelijk dat de drukregelaar voor propaan een veel groter drukverschil (van 1700 kPa naar
3 of 5 kPa) moet overbruggen dan de drukregelaarvoor butaan (van 410 kPa naar 3 of 5 kPa).
Het gevolg hiervan is dat er twee soorten drukregelaars bestaan, namelijk drukregelaars voor alleen
butaan en drukregelaars voor zowel propaan als butaan drukregelaar bestemd voor alleen butaan mag
nóóit worden gebruikt voor propaan. Deze drukregelaar is te herkennen aan de 'B' van butaan of
aan een opschrift 'max. 5 bar' (5 kg/cm2).
Gebruik altijd een drukregelaar op de gekeurde fles en zet deze met de juiste sleutel goed vast op de flesafsluiter.
Brandbare gassen zoals Propaan (C3H8) en Butaan (C4H10) worden altijd gekenmerkt door het feit dat de aansluitingen altijd linkse draad hebben. Let op : gebruik bij het aansluiten de juiste sleutelmaat, daar anders de draad kan beschadigen en er gevaar voor lekkage kan optreden.
 Gebruik goedgekeurde Propaanslang en zet de handgreep met slangklemmen gasdicht aan de drukregelaar vast.
|